Favoriet: Chiquitos

Het is moeilijk kiezen, een favoriete bestemming in Bolivia, vindt collega Arjo. In dit land is werkelijk alles de moeite waard. Uiteindelijk koos hij voor de Jezuïtische missies van de droge laaglanden van Chiquitos, een weinig bezocht hoogtepunt van Bolivia. Ook collega Thomas had er tijdens zijn studiereis wel langer willen blijven.

De Jezuïeten in Bolivia

In de afgelegen gebieden van de Spaanse en Portugese koloniën bekeerden de Jezuïeten de oorspronkelijke bevolking in de zeventiende en achttiende eeuw tot het katholicisme in de zogenaamde missies. Daar werden ze te werk gesteld, wat vaak een minder wreed alternatief was voor de slavernij die de vroege kolonisten gewoonlijk met zich meebrachten. 'Die wilden hebben geen ziel,' was de heersende gedachten, dus konden ze gerust als slaven worden ingezet.

In de Boliviaanse missies gebruikten de Jezuïtische paters muziek om de oorspronkelijke bewoners aan zich te binden. Bestaande barokmuziek werd gaandeweg vermengd met lokale thema's en melodieën, waardoor een heel nieuwe stijl ontstond. Dat gold ook voor de architectuur. De kerkjes zijn rijk gedecoreerd met kleurrijke motieven van lokale bloemen en planten, daarbij gebruikmakend van uit aarde en planten gewonnen pigmenten. Bruin, geel, rood, soms zelfs lichtblauw en groen. Het lijkt soms in niets op een traditionele katholieke kerk. Collega Arjo bezocht ze allemaal.

Op zoek naar brandstof

Al snel na het verlaten van Santa Cruz passeren chauffeur Antonio en ik uitgestrekte velden met tarwe en soja. Het tankstation waar Antonio de tank wilde volgooien, de reserveband laat plakken en ontbijten was dicht. Er bleek geen benzine. Dat is niet bepaald een zeldzaamheid in Bolivia: veel van de goedkope, gesubsidieerde benzine wordt naar de buurlanden gesmokkeld. We zouden het bij het volgende tankstation opnieuw proberen, maar ook daar was de benzine uitverkocht.

Pas ter hoogte van San Ramón en San Julián vonden we een tankstation waarvan de bediende beweerde altijd benzine in voorraad te hebben. Voor de zekerheid vulde Antonio een extra jerrycan die hij met touwen op het imperiaal vastbond. Bij een bandenspecialist in een klein houten huisje langs de doorgaande weg leverden we de lekke band af. Tijdens de reparatie bezochten we de comedór van de lokale markt om tussen de lokalen te ontbijten met koffie en empanadas.

Collas en cambas

'De mensen in dit stadje worden allemaal collas genoemd, immigranten uit de Andes. Dat zie je aan hun kleding en hun handelsgeest. Er heerst hier een heel andere sfeer dan in het overheersend witte Santa Cruz,' zei Antonio. Langs de weg en rondom het marktgebouw stonden tentjes en kraampjes waar van alles werd verkocht. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om er een tube zonnebrand te kopen.

De collas hielden er helemaal niet van om zo genoemd te worden. En de inwoners van Santa Cruz schiepen er juist genoegen in dat scheldwoord consequent te gebruiken voor deze uit de hooglanden gekomen ‘mensen met hun lelijke gezichten’. De bijnaam cambas, die de collas op hun beurt voor de witte stedelingen van de rijke laaglanden hanteerden, was voor de Cruceños zelf een geuzennaam.

Barok Boliviaans

In het mooie kerkje van San Xavier, de eerste missie op onze route en tevens de oudste, was net een concert begonnen. Antonio en ik namen plaats in de houten banken. De Jezuïeten hadden behalve het katholicisme ook barokmuziek meegenomen uit Europa en in Chiquitos is een geheel eigen traditie ontstaan, waarbij klassieke, Europese elementen worden vermengd met lokale melodieën.

Het orkest, bestaande uit tieners en vroeg twintigers, speelde niet echt zuiver. Soms schoot ik, ondanks mijn welwillendheid, in een stuip bij een toch wel erg valse passage. Antonio nam met zijn mobiele telefoon delen van het concert op en leek niets in de gaten te hebben. Tegelijkertijd was het ontroerend om te zien met welk enthousiasme deze jongeren zich in de muziek verdiepten. Na afloop namen ze trots het applaus in ontvangst van de enkele tientallen toehoorders.

Piedras de Paquía

'Wat denk jij? Hoe zijn die stenen daar gekomen?' Antonio had de auto in de berm gezet. We waren uitgestapt en keken naar een formatie gestapelde stenen op een heuvel aan de overkant. Twee grote keien die over een andere steen hingen en in balans leken te worden gehouden door een steen, bijna een menhir, die verticaal op de twee liggende stond. Er lagen nog meer grote stenen verspreid over het landschap, maar deze formatie riep duidelijk vragen op.

Er was hier bij mijn weten geen sprake geweest van een ijstijd, waarbij lange ijstongen de immense stenen in hun eindmorene zouden kunnen hebben meegesleurd en opgestapeld. En van vulkanische activiteiten in deze regio wist ik ook niets. Zoiets zie je toch wel aan een landschap. Dit was vruchtbaar en groen, ontbost heuvellandschap. Aan rivieren en een oeroude oceaan kon het ook niet hebben gelegen. Ik moest Antonio het antwoord schuldig blijven. Hij wist het ook niet en daarom was het een daad van God.

Een dubbele voorstelling

Binnen een uur waren we in Concepción, waar we in een eenvoudig restaurant lunchten. Op het groene plein voor het kerkje was een rondreizend theatergezelschap neergestreken. De acteurs speelden de dieren van een circus, waarbij de hele voorstelling uit de hand liep. De dompteur had zijn beesten amper onder controle en niet zelden was het publiek daarvan de dupe. Dat eindigde dan in de kooien van de dieren, op het plankier van een messenwerpende tijger of op handen en voeten in een rijtje op de vloer, waar een zebra dan weer overheen moest springen.

Ook dat publiek was een plezier om naar te kijken, zoals ze nieuwsgierig en met enige argwaan de voorstelling en elkaar gadesloegen. Ze wisten zich als toeschouwer ook door hun mededorpsbewoners bekeken. Maar als dan een paard of olifant in de consternatie weer eens een emmer water over hen uitstortte, verdween de controle en stoven ze gierend van het lachen uiteen om daarna voorzichtig weer terug te keren in de halve kring rond het schouwspel.

Nagenieten in je hangmat

Ook in het mooie kerkje van Concepción werd ‘s avonds een concert gehouden en ook daar was sprake van een mengeling van oprechte ontroering en licht gekromde tenen. Antonio, die nog maar kort als chauffeur voor toeristen werkte - voor deze betrekking was hij chauffeur in de mijnindustrie geweest - was razend enthousiast. Als liefhebber van harde rockmuziek ging er met deze barok een nieuwe wereld voor hem open.

Na het concert wandelden we op ons gemak terug naar ons hotel, een sfeervol koloniaal huisje op twee blokken van het groene dorpsplein, met houten veranda's rondom een weelderige bloementuin. In de hangmat voor mijn kamer, die eenvoudig en huiselijk was ingericht, genoot ik nog na van deze mooie dag en vroeg me af waarom deze bijzondere plek zo weinig wordt bezocht. Het ontbijt de volgende ochtend bood een fijne mengeling aan hartige en zoete broodjes, vers fruit, roerei en vers gezette koffie. Voldaan gingen we weer op pad.

Dieper het achterland in

Over rode aarden wegen door heuvelachtig grasland en langs de zogenaamde 'bosque secco de Chiquitos' reden we van Concepción naar San Ignacio de Velasco. Een ritje van ongeveer drie uur. Daar voegde gids Aurelio zich bij ons. De grote kerk van San Ignacio de Velasco staat niet op de werelderfgoedlijst van de Unesco, omdat deze volledig is herbouwd. Dat was ook wel te zien. De schilderingen waren iets te gaaf, te symmetrisch en te gereconstrueerd. Bovendien stond er naast de kerk een stenen toren die niets met het originele ontwerp te maken had.

Na de lunch reed Aurelio mee voor het rondje langs de kleine dorpjes ten zuiden van San Ignacios: San Miguel, San Rafael en Santa Ana. Ik had gelezen dat als je een van de kerkjes had gezien, je ze allemaal wel had gezien, maar daar ben ik het niet mee eens. Natuurlijk waren er overeenkomsten: de weidse, groene dorpspleinen met lage witte huisjes die op dezelfde kleurrijke manier waren beschilderd als de kerken, met hun overhangende daken met rode dakpannen. De bontgekleurde kerkjes met daarnaast een vrijstaande klokkentoren, de bijgebouwen rond vierkante binnenplaatsen van gras.

De schemer over het stille Santa Ana

Maar er waren genoeg verschillen. Het ene kerkje was beschilderd met dunne lijnen en lichte kleuren op een witte achtergrond, het andere kerkje was veel donkerder en zwaarder versierd, zoals het bijna chocoladebruine van San Rafael. Het kerkje van San Miguel had een zware, stenen toren, terwijl andere een open houten toren met sierlijk gekrulde pilaren had. Ook de altaren verschilden van elkaar, van glimmend goud, via bontgekleurd naar sober dieprood. Tijdens mijn bezoek werden van het kerkje van San Miguel restauraties uit de jaren tachtig hersteld - men had voor het dak toen meubelhout gebruikt in plaats van bouwhout. Het was helemaal kromgetrokken.

In Santa Ana, het meest eenvoudige en laatste kerkje dat we bezochten, werden we meegenomen naar het balkon boven de ingang; de plek voor de orkesten. Naast het raam stond een origineel zeventiende-eeuws pijporgeltje, het formaat van een grote kast. Het meisje dat ons rondleidde opende de luiken en zette het instrument aan. Er zat een elektronische luchtpomp in, maar de originele blaasbalgen zaten er ook nog. Ik nam plaats en speelde een paar deuntjes. Volle klanken galmden in de schemer tussen de palmbomen over het grasplein voor de kerk, waarover de lokale jeugd op z'n dooie gemak naar huis slofte.

Een Braziliaanse lunch in San José

Na weer een ontspannen ontbijt reden we binnen een uur of vier verder naar het zuiden, naar de weg die Santa Cruz verbindt met de Braziliaanse grensstad Corumbá. In het stoffige San José de Chiquitos heerste de ontspannen sfeer die Santa Cruz enkele decennia geleden kenmerkte. De kerk aan het centrale plein was veel groter dan die we tot nu toe hadden gezien en zag er heel anders uit. De gebouwen waren uit steen opgetrokken in plaats van adobe en de muurschilderingen waren veel realistischer van aard en vertelden een verhaal. Vanaf de toren keken je uit over het hele dorp.

Over het spoor dat het wildweststadje doorkruist boemelde net een goederentrein voorbij. Aan de andere kant ervan bezochten Antonio en ik voor de lunch een Braziliaans kilorestaurant. Waarom hebben we deze eenvoudige en perfecte formule niet in ons land geïntroduceerd? Van een buffet kies je uit waar je zin in hebt en zet het bord op een weegschaal. Je betaalt wat je eet. Tijdens mijn reizen in Brazilië leerde ik dat ik gemiddeld iets meer dan vierhonderd gram per maaltijd opkan.

Al rockend terug naar Santa Cruz

Na de lunch bezochten we Santa Cruz Vieja: de plek waar het oorspronkelijk Santa Cruz was gesticht. Na een aantal conflicten met de lokale bewoners uit het gebied verhuisde de stad in 1561 naar de oevers van de Pirai, aan de voet van de Cordillera Oriental. Enkele kleine heuveltjes en bakstenen muurtjes tussen de bomen verrieden de fundamenten van huizen. Er is wat verbeelding voor nodig, maar zelf houd ik wel van dit soort plekken die uitnodigen tot dagdromen.

'Luister, dit is toch net een scheurende elektrische gitaar.' Tussen Antonio en mij in lag de iPhone en we hadden allebei een oortje in. De autoradio wilde niet samenwerken met de telefoon, dus luisterden Antonio en ik op deze manier naar Vivaldi's 'Vier Jaargetijden', uitgevoerd door Janine Jansen. Woest en dynamisch, transparant en fragiel. Je hoorde allerlei tikken en sneren die in alle drift en passie werden geproduceerd door het plukken aan de snaren en het tikken met de strijkstokken op de instrumenten. Ware barock! Na drie uur reden we het moderne Santa Cruz en de realiteit van alledag weer binnen.

Hoe kom je er?

Je kunt de Jezuïtische missies van Chiquitos bezoeken in drie of zelfs vier dagen, afhankelijk van hoeveel tijd je ervoor wilt uittrekken. Auto met chauffeur, alle overnachtingen, maaltijden en entreegelden zijn inbegrepen in deze zorgvuldig uitgevoerde programma's.

Het is ook mogelijk om in één of twee dagen twee van de zes missies te bezoeken: die van San Xavier en Concepción. We raden echter aan voldoende tijd uit te trekken voor deze bijzondere en niet veel bezochte plaatsen in de laaglanden van Bolivia.

In alle gevallen vormt Santa Cruz de uitvalsbasis voor deze bijzondere tour.