Favoriet: Keng Tung

In heerlijk ontspannen Keng Tung voelt elke avond aan als een zwoele zomerse. Scooters snorren rondom het Nong Tung meertje, waar het prettig toeven is.

De stad uit

Er is een feestelijke ontvangst op de luchthaven van Keng Tung: vertegenwoordigers van de Amerikaanse ambassade komen de voorverkiezingen controleren. Naast een blaaskapel staat gids Ah Gar me op te wachten. Mijn paspoortnummer wordt geregistreerd, we wachten op de bagage die op karren wordt voorgereden en tien minuten later word ik ingecheckt in het Amazing hotel.

We gaan meteen verder en verlaten de stad. De rijst staat een stuk hoger dan in Loikaw, waar ik vandaag kom. Het is een ander type, dat meer tijd nodig heeft om te groeien, vier tot vijf maanden. Het landschap is ongerept: geen elektriciteitsmasten, fabrieken, loodsen e.d. Ten noordwesten van Keng Tung ligt Wan Pauk, een klein dorp dat in tweeën wordt gedeeld door een klein beekje. Aan de ene kant wonen de Shan en aan de andere kant de Palaung.

Shan en Palaung

Elk hebben hun eigen Boeddhistische tempel. De Shan zijn reizigers uit China en elke nieuwe generatie vestigt zich weer op een nieuwe plek: altijd op vlak land en aan een rivier, nooit in de bergen. Hun schuren zetten ze op stenen, dat tegen houtrot beschermt en ze eveneens verplaatsbaar maakt. De trap van het houten huis staat altijd uit het midden: een trap in het midden verstoort de rust in het huis en brengt ongeluk.

De Palaung zijn ook Boeddhisten, maar blijven generaties lang op dezelfde plek. Palaung vrouwen dragen bamboe ringen om hun middel - dit komt uit legende Generie. We bezoeken een huis van een oudere vrouw. Ze vertelt Ah Gar over een huwelijk dat vandaag zal plaatsvinden: tussen een Palaung uit dit dorp en een Wa uit een heel ander dorp. Dat is nieuw. Gewoonlijk trouwt men binnen hetzelfde dorp.

Rode tanden

Deze twee hebben elkaar op de markt ontmoet en hebben contact onderhouden via moderne, sociale media. Huwelijksfeesten beginnen altijd in het huis/dorp van de vrouw, daarna pas in het huis/dorp van de man. Ah Gar vertelt me dat de regio te lijden heeft gehad onder de opiumhandel: de ‘witte chinees’ droeg de bewoners op om opium te verbouwen. Het leverde ze niets op: de winst wordt gemaakt door de handelaar, niet door de verbouwer. ‘They live from hand to mouth.’

De rode tanden van onze gastvrouw komen door het kauwen van een soort ’natuurlijk kauwgom’. De stam Aung daarentegen smeert ter bescherming een soort roet op hun tanden, die daardoor zwart uitslaan. Daar geldt: als je zwarte tanden hebt, ben je klaar voor het huwelijk. Na een wandeltocht door de twee helften van dit dorp keren we terug naar Keng Tung.

Afstammeling van de koning

Ah Gar zet me af bij Golden Banyan, een Chinees restaurant dicht bij een van de stadspoorten uit het oude koninkrijk van de Shan. De Ba Daeng Gate. Aan de overkant van de weg staan enkele witte graven en een groot graf van de Koning van het voormalige Shan rijk. De deur staat open en ik loop langs de graven. Bij het grootste graf zit een man met een sabel, die mij meeneemt naar één van de kleinere graven, het laatste, er naar wijst en zegt: ‘Father’. Als ik Ah Gar er later naar vraag blijkt de man geen echte afstammeling van de laatste koning (Sao Sai Long die in 1959 werd afgezet en in ballingschap is overleden – er is alleen nog een zus in leven), maar heeft hij in de hofhouding gewerkt.

Keng Tung (Kyaing Tong) spreek je uit als Tjseng Toeng. De belangrijkste economische activiteiten zijn landbouw, rijst voor de export en handel. Er zijn geen industrie, techniek of diensten. Ondanks drie universiteiten is er in Keng Tung niet echt goed onderwijs. Er is ook geen afzetmarkt voor hoogopgeleiden. Er geldt wel een hoge levensstandaard. De lonen zijn hoog, maar het leven is ook duur. Twee appels en bananen kosten maar liefst K 2000. Bijvoorbeeld: een wegarbeider in Yangon verdient K 5000 per dag, in Keng Tung K 8000 en krijgt dan ook nog huisvesting en drie maaltijden per dag. Een maandloon in Yangon is US$ 120, in Keng Tung US$ 150. 

 

Kloosters, bomen en lakwerk

Volgens de reisgidsen is de Wat Ho Kham de mooiste van de vele kloosters in de stad. Er zijn zo veel kloosters in Keng Tung, omdat het in de tijd van de tribale rivaliteit beter was dat elk gehucht zijn eigen klooster had. Al die gehuchten zijn samengesmolten tot de huidige stad. De Wat Ho Kham is een zeer mooi en schoon klooster. Strak in de verf en vol bladgoud, betaald door Thailand. De Wat In is een ander klooster, met een typisch Brits, rood bakstenen gebouwtje.

De Lone tree hill stamt uit 1753. De toenmalige koning van Shan voorzag dat zijn drie zoons na zijn dood om het rijk zouden gaan strijden. Vandaar dat hij het in drie stukken verdeelde en in elk deel een boom plantte. De andere twee bomen zijn verloren gegaan. Deze Lone Tree staat op een heuvel in een parkje met twee gouden pagodes. Het is ook een hang- en flirtplek voor jongeren en er zit iemand gitaar te spelen.

Het lakatelier U Mu Ling Ta vind je om de hoek van de Lone Tree Hill. De familie wijdt zich doorgaans aan laqueerwerk, maar vandaag zijn ze aan het knutselen voor de markt. Moeder plakt zilver en groen glimmend folie aan elkaar, een lief lachend, zwakbegaafd buurmeisje bevestigt roze borstels op stokjes en de dochter bindt stokjes aan elkaar tot een soort molen van geldbiljetten. Dit alles in alle rust en vrede - het was heel erg aangenaam om even bij deze familie te zijn.

De wijzende Boeddha

Op een andere heuvel, achter het centrale meertje en recht tegenover het Wat Ho Kham klooster, staat de achttien meter hoge, voor zich uit wijzende Boeddha. Deze Yat Taw Mu staat er nog maar twintig jaar. Het verhaal gaat dat er destijds op deze plek een klein Boeddhabeeldje werd opgegraven met een begeleidende tekst: als men hier een dergelijk groot Boeddhabeeld zou laten verrijzen, zou het Boeddhisme (nog meer) bloeien. Opmerkelijk, gezien het groot aantal Boeddhistische kloosters dat al in Keng Tung staat.

Verspreid over de stad staan ook enkele huizen in Engelse stijl. In een ervan woonde de Shan koning. Het staat praktisch naast het Amazing hotel. Dat is gebouwd op de plek van het voormalig paleis van de koning. Het is in de jaren negentig gesloopt op last van de regering, die het land wilde democratiseren. Pal achter het hotel ligt het kleine Non Tong meer. Er staat een hek omheen en auto’s en brommers rijden er op hun gemak rond. Er is nauwelijks straatverlichting en de bebouwing is gevarieerd. Tussen enkele woonhuizen en verlaten erven en loodsen staan winkeltjes, een restaurant of twee en veel eettentjes. De sfeer is ontspannen.

Hoe kom je er?

Gelegen in het oosten van Myanmar is Keng Tung alleen per vliegtuig te bereiken. Vanuit de stad kun je mooie wandelingen maken langs kleine dorpjes in de omgeving.

YourWay2GO brengt je naar Keng Tung in de volgende reis:

Lokaal Myanmar (18 dagen)

Onze rondreizen kun je naar wens aanpassen door op het aantal dagen, de hotels en excursies te klikken.