Een ondergronds avontuur

Om meteen af te dalen naar een mysterieuze, ondergrondse wereld regel je bij ons van te voren je entreekaartje, skip je de rij voor de kassa en loop je meteen door naar het begin van de rondleiding.

Daal af naar een verborgen wereld

Maak kennis met de natuurlijke schoonheid van een mysterieuze ondergrondse wereld. Met het diepst gelegen punt van 327 meter en gangen op negen verschillende niveaus zie je als bezoeker van de zoutmijnen tijdens de rondleiding slechts twee procent van het immense complex.

Je zult landschappen bewonderen die je boven de grond niet zult vinden: zoute meren, lange gangen en prachtige ondergrondse kamers, waaronder de unieke St. Kinga kapel.Je komt alles te weten over de gebruikte materialen en -machines en de methoden van zoutwinning en -transport.

De rondleiding is in principe toegankelijk voor alle leeftijden en vereist geen bovengemiddelde fysieke conditie, maar hou er rekening mee dat je meer dan achthonderd traptreden op en af zult lopen.

Zeven eeuwen zout delven

In de dertiende eeuw begon men pekel dat vanuit de ondergrond naar de oppervlakte opwelde, op te vangen en te verwerken tot keukenzout. In deze periode werden ook de eerste schachten gegraven om het zout te winnen.

Rond het begin van de veertiende eeuw werd het Saltworks-kasteel gebouwd, gevolgd door een ziekenhuis (1363). Koning Casimir III de Grote (1333–1370) was de drijvende kracht achter de mijnen. Hij verleende ze privileges en nam de mijnwerkers onder zijn hoede.

In de zeven eeuwen dat de mijn in bedrijf was, werden er veel gangen en kamers gegraven en werden nieuwe technologieën ontwikkeld, zoals verschillende loopbanden om het zout naar de oppervlakte te slepen. Tijdens de Tweede-Wereldoorlog werd de mijn door de Duitsers gebruikt voor wapenproductie, waarbij enkele duizenden Joden uit nabijgelegen werkkampen te werk werden gesteld.

In 1978 werden de mijnen op de UNESCO-werelderfgoedlijst geplaatst. Wegens te lage opbrengsten werd de commerciële zoutwinning in 1996 beëindigd, waarna in 2007 elke mijnactiviteit stopte .

De legende achter de Kinga kapel

Een legende vertelt het verhaal van Hongaarse prinses Kinga, die op het punt stond te trouwen met Bolesław V de Kuise, prins van Krakau. Als onderdeel van haar bruidsschat vroeg ze haar vader, Béla IV van Hongarije, om een klontje zout. Dat mineraal was namelijk nogal duur in Polen.

Haar vader nam haar mee naar een zoutmijn in Máramaros, in het uiterste noorden van wat nu Roemenië is. Daar gooide prinses Kinga de verlovingsring, die ze van prins Bolesław had gekregen, in een van de schachten, Daarna vertrok ze naar Polen.

Toen ze in Krakau aankwam, vroeg ze mijnwerkers om bij Wieliczka een diepe put te graven, totdat ze op een rots zouden stuiten. Daar vonden ze een klontje zout, waarin, nadat ze het in tweeën hadden gesplitst, de ring van de prinses bleek te zitten.

Vandaar dat prinses Kinga de patroonheilige van Poolse zoutmijnwerkers is en een kapel in de mijn naar haar is vernoemd.

Hoe kom je er?

Vanaf het Krakau-Glowny treinstation rijdt elke tien minuten een bus binnen een klein uur naar de mijnen. Als je geen eigen auto hebt kunnen wij ook een eigen auto met chauffeur voor je regelen.

Behalve op 1 januari, Paaszondag, 1 november en beide kerstdagen zijn de mijnen elke dag geopend:

  • Maandag t/m vrijdag: 09.00u tot 17.00u.
  • Zaterdag & zondag: 08.00u tot 17.00u.

Op de volgende dagen sluit het complex eerder: Stille Zaterdag (15.30u) en oudjaarsdag (16.00u).

Voor het museum geldt:

  • Dinsdag t/m zondag: 09.00u - 17.00u, met een lunchpauze tussen 13.00u en 13.00u.

Op zaterdag is het museum gratis toegankelijk.