Het lied van de indri

In de jungle van Andasibe-Mantadia Nationaal park ging onze collega Mariëlle op zoek naar de grootste lemurensoort van Madagascar: de indri.

Wandelen door Andasibe-Mantadia Nationaal Park

We hebben heerlijk geslapen in onze bungalow in Andasibe aan de rand van het oerwoud. We hadden graag nog even willen genieten van de rust en de natuur bij ons heerlijke onderkomen maar we moeten vroeg uit de veren voor een bijzondere ontmoeting. Om 7 uur in de ochtend begeven we ons hoopvol naar de parkentree van het Andasibe-Mantadia Nationaal Park, ook bekend onder de oude Franse naam Périnet.

We hopen vandaag een blik op te vangen van de grootste lemurensoort van Madagascar: de indri (Indri indri), lokaal ook wel bekend als babakoto. Vanochtend werden we al door het schrille ‘gezang’ van één indri familie gewekt dus we hebben goede hoop.

Op pad door de jungle

We melden ons bij Madagascar National Parks (de nationale vereniging voor het beheer van beschermde gebieden) waar we een gids toegewezen krijgen. We kiezen voor een korte wandeling zodat we tijd hebben om ‘s middags nog naar Tamatave te kunnen reizen. We gaan op pad met gids Jean Claude. Hij spreekt goed Engels en is erg enthousiast. Hij vertelt over de endemische bomen- en plantensoorten in het nationale park en over de verschillende soorten lemuren die hier hun leefgebied hebben.

Het pad dat we volgen, slingert door het dampende regenwoud. We zien boomvarens, reizigerspalmen, kurkentrekkervormige bomen, lianen en orchideeën. Veel planten worden door de lokale bevolking als medicijn gebruikt.

De roep van de babakoto

Jean Claude heeft wel een idee waar we de indri kunnen vinden maar wij vazaha (buitenlanders) kunnen niet snel genoeg door de jungle rennen dus parkeert hij ons even in het bos terwijl hij soepel en doelgericht door het oerwoud manoeuvreert op zoek naar lemuren. Als we daar zo staan te wachten, barst een kakofonie van territoriaal indri-geschreeuw los. Het geluid lijkt overal vandaan te komen en is oorverdovend.

Twee families zitten vlakbij en betwisten elkaars grondgebied. Het geluid is moeilijk te omschrijven. Het lijkt wel een beetje op een kruising tussen de roep van een walvis en een politiesirene, of op het geluid wat je hoort als je een ballon langzaam leeg laat lopen maar dan heel hard. Tot op wel drie kilometer zijn hun kreten hoorbaar. 

Wolmaki’s en indri’s

Al snel keert Jean Claude terug, hij heeft een indri familie gezien niet ver van ons vandaan. Maar eerst laat hij ons nog drie wolmaki’s (Avahi laniger) zien die innig omarmd op een tak zitten. Dan lopen we naar de indri familie. Het zijn er vijf. Ze zijn nog niet zo heel actief en zitten vrij hoog in de bomen. Een indri vrouwtje hopt van tak naar tak, van boom tot boom.  We blijven ze een tijdje observeren terwijl ze bladeren eten.

Het zijn flinke dieren. De indri meet staand ongeveer een meter en weegt tussen de 6 en 9,5 kilo. Hij is niet alleen bekend vanwege zijn behoorlijke omvang maar ook vanwege zijn typische roep. Een groep ‘zingt’ elke dag, soms wel een keer of zeven. De dieren synchroniseren hun geroep en het gezang galmt soms wel drie minuten lang door het oerwoud. Het geschreeuw dient vooral om territorium af te bakenen maar wordt ook gebruikt als waarschuwingssignaal of om contact te leggen met andere families. Als je ’s ochtends tussen 7 en 11 uur in het oerwoud loopt, of laat in de middag, heb je de meeste kans om te worden getrakteerd op een concert. Ook blaf-, toeter-, knor- en piepgeluiden behoren tot het repertoire van de indri. 

Een goede gids is goud waard

Jean Claude heeft ondertussen nog een andere lemurensoort gevonden dus volgen we hem weer dwars door het oerwoud, van het pad af, boomwortels ontwijkend. We weten niet om welke lemurensoort het gaat en helaas zijn ze ook verdwenen als we aankomen. Maar Jean Claude heeft wel een vermoeden in welke richting ze zijn gegaan (vraag me niet hoe hij het weet) en moedigt ons aan om hem te volgen. “Quickly quickly, they are very fast”, zegt hij. Een goede gids is goud waard. We zien al snel een groepje bruine lemuren (Eulemur fulvus) springen door de bomen. We volgen ze een paar minuten en ik probeer ze te fotograferen wat nog niet meevalt. 

Al snel komen we een andere indri groep tegen. Deze zijn een stuk actiever en zitten lager in de bomen. Jean Claude verteld dat de indri met uitsterven is bedreigd door vernietiging van hun leefgebied en dat het tot op heden niet is gelukt om een succesvol fokprogramma op te starten. De dieren planten zich niet voort in gevangenschap simpelweg omdat ze een gevangenschap niet overleven.  

Diversiteit langs de rivier

Tevreden dat we zoveel lemuren tijdens een ochtendje wandelen gezien hebben, vervolgen we onze weg. We komen weer terug op het pad, steken een bruggetje over en volgen een riviertje waar we veel vogels spotten. We zien onder andere de endemische blauwe coua (een soort koekoek) en de schitterende paradijsmonarch van Madagascar (Terpsiphone mutata). Het is onmiskenbaar een mannetje met z’n lange witte staart. Andasibe is een geweldige hotspot voor vogels. Met meer dan 110 soorten, waarvan vele endemisch, kunnen vogelliefhebbers hier hun hart ophalen.

Dan spot Jean Claude ook nog een enorme groene Parson’s kameleon op een tak en kan onze dag niet meer stuk. Als we even later het regenwoud van Andasibe achter ons laten horen we in de verte ter afscheid nogmaals de roep van de babakoto.