Favoriet: Torotoro

Het is alweer een paar jaar geleden dat Arjo, na een tip van een vriend in La Paz, op de bonnefooi naar Torotoro reisde. Hij bleef er drie nachten en schreef onderstaand verslag aan het thuisfront.

Het is een van zijn meest dierbare reiservaringen.

Dag 1: Mijn hand in jouw hand

'Zestig tot tachtig miljoen jaar?' Victor knikte. Ik boog nog eens voorover en keek naar de afdrukken in het stenen plateau. Drie tenen voor en een teentje achter, een afdruk iets groter dan mijn hand. En verderop nog een. Ik probeerde het beest voor mij te zien dat hier voorbij was gerend.

Een drietenige, plantenetende dinosaurus met een naam die ik meteen weer zou vergeten. Victor haalde uit zijn jas een speelgoedexemplaar en gaf het aan me. Ik keek naar het kleine plastic ding en naar de pootafdrukken. Zo lang geleden en toch leg ik mijn hand zo in jouw afdruk.

Een waardevolle tip

'Vier jaar geleden kwamen er jaarlijks een kleine tweeduizend bezoekers naar Torotoro,' zei Victor. 'Vorig jaar waren dat er negenduizend.'

Het was vriend Mau uit La Paz die me vorige week dit kleinste en jongste nationale park in Bolivia had aangeraden. Klein, maar een van de mooiste, las ik in mijn reisgids.

Dus reisde ik eerst van La Paz via Trinidad naar Cochabamba, en besloot ik gisteren niet op de bus van zes uur 's avonds te wachten, maar op goed geluk een surubi te nemen naar dit dorpje op vijf uur rijden van Cochabamba. En ik had geluk. Toen ik kort na het middaguur met de taxi aankwam op de Avenida República bleek er in een surubi nog één stoel vrij. Daardoor kwam ik nog voor de schemer in Torotoro aan.

Motten voorspellen het weer

Het had gisteren de hele dag gemiezerd. Toen ik in Torotoro aan kwam leek het stadje grauw en uitgestorven. En vanochtend regende het nog steeds. De motten aan boord van de Reina de Enín - de cruise over de Mamoré rivier die ik een paar dagen geleden vanuit Trinidad maakte - hadden het al aangekondigd: het weer zou omslaan. Ik hoopte alleen dat het niet mijn hele verblijf in Torotoro zo zou blijven.

Toen het rond half elf was opgeklaard wandelde ik naar het kantoortje op het centrale plein van het vijfduizend man tellende dorpje om een gids te huren voor een van de vijf trajecten die rond Torotoro zijn uitgezet. Zonder gids kun je die wandelingen niet maken. Officieel voor de veiligheid van de wandelaar en ter bescherming van het landschap, maar ongetwijfeld is het ook een vorm van werkverschaffing.

Autodidact Victor

Een gids kost honderd Bolivianos per traject, met een maximum van zes toeristen per gids. Het duurde even voordat Victor als beschikbare gids was opgespoord en me bij het kantoortje kwam afhalen voor de Vergelroute, een rondwandeling van zo'n negen kilometer in noordelijke richting.

Victor was een kersverse vader van zesentwintig jaar, die zei al elf jaar als gids te werken. Eerst als de assistent van een officiële gids, inmiddels is hij zelf gecertificeerd. Het gidsensyndicaat van Torotoro traint door middel van cursussen zelf zijn gidsen. Die hoeven daarvoor niet naar de universiteit van Cochabamba.

De canyon

We verlieten de met keien verharde weg naar Cochabamba, waar de dinosaurussporen gewoon in de berm liggen, en liepen via een droge rivier naar de canyon van Torotoro.

Alles aan dit landschap is bijzonder. De rivier lijkt met zijn stenen bedding wel een Romeinse straat, alsof je over de Cardo Maximus in Jerash loopt. Ook de rechte wanden lijken wel geconstrueerd, met hun enorme vierkante stenen. Onderweg stuit je op een natuurlijk amfitheater en een paar natuurlijke bruggen.

Slechts driehonderd meter diep is de smalle Torotoro een prachtige canyon. De wanden staan loodrecht op de rivierbodem en de horizontale velden die bovenaan de kloof beginnen lijken door een kapper geschoren, zo strak en hoekig gaan de kale wanden erin over. Bij aankomst op het platform dat over de canyon uitkijkt vloog er een condor een tijdje binnen handbereik vlak boven ons heen en weer.

El Vergel

Via een langs de wand aangelegde trap daalden we af naar de bodem van de canyon, waar je in enkele poeltjes kunt zwemmen en waar de waterval Vergel naar beneden klettert. We gingen er even zitten, de zon was inmiddels doorgebroken.

- 'We kunnen ook een andere weg terug nemen, dan pikken we een stukje van de Chiflón-route mee. Dat kost wel vijftig Bolivianos extra.'
Ik vond het prima.

We verlieten al snel het aangelegde pad en klauterden langs steile hellingen, smalle paadjes en over grote rotsblokken naar een andere canyonvloer tot een punt waar we niet verder konden.
- 'We moeten nu verder zwemmen,' zei Victor, wijzend op het water voor ons. 'Alles uittrekken en zwemmen, en dan onder water onder die rotsblokken daar door.'
- 'Echt?'

Ik probeerde me voor te stellen hoe ik dat met mijn kleren, schoenen, camera en tasje met geld en paspoort voor elkaar moest krijgen. Ik had niets waar ik het in kon stoppen. En dan nog een stuk onder water, niet wetende hoe lang. Het leek me onmogelijk, maar ik wilde ook niet hier afhaken en terugkeren. Ik stond in dubio.

El Chiflón

- 'We kunnen ook hier langs,' zei Victor en toonde me het verborgen pad langs de helling dat we uiteindelijk zouden volgen.
- 'Grapjas,' merkte ik licht gepikeerd op.
- 'Heel soms,' antwoordde hij droogjes, terwijl ik hem het steile en smalle pad omhoog op volgde. We vonden het allebei wel een goede grap.

Via de Chiflón, de plek waar een rivier na enkele kilometers ondergronds te hebben gestroomd als waterval uit de canyonwand weer bovengronds komt, en enkele prehistorische tekeningen in de wanden van een rivier die meer een brede en lage kloof leek, kwamen we binnen in totaal vier uur weer aan bij de dinosaurussen langs de weg richting Cochabamba.

Dag 2: Sneeuw

- 'Daar wil ik heen. Ik wil weten hoe sneeuw voelt,' wees Sirilo naar de witte bergtoppen aan de horizon. Ik probeerde me te oriënteren.
- 'Dat daar is toch niet La Paz?'
- 'Dat is Cochabamba.'

Wat de ligging van de bergen betreft was dat ook veel logischer. Ik kon mij echter geen sneeuw herinneren in de omgeving van het veel lager gelegen Cochabamba.
- 'Het weer is omgeslagen. Het grootste deel van de sneeuw is vannacht of gisternacht gevallen. Daarom is het vanochtend ook zo koud.'
Opnieuw dacht ik aan die onrustige motten aan boord van de Reina de Enin.

- 'En die daar?' Ik wees naar de witte toppen aan de andere kant, de zuidelijke horizon.
- 'Potosí.'

Een surrealistisch landschap

In de vlakte zelf zag je van bovenaf duidelijk kleine riviertjes binnen enkele honderden meters uitgroeien tot enorme canyons en uitmonden in de rivier Caine, die door een veel lager gelegen dal verderop stroomde en waar ik eergisteren vol ongeloof was langsgereden: een brede en vlakke, asgrijze rivierbedding met slechts een smal meanderend stroompje water, geflankeerd door lever en terracotta bergen en begroeid met spinaziegroene bomen en door zonlicht oplichtende lentegele struiken. Aan de andere kant van de weg immense, gladde aubergine-ijsbollen doorsneden door flinterdunne, zilvergrijze wafels.

Bij schrijfcursussen wordt je geleerd niet te verzanden in ellenlange landschapsbeschrijvingen. En terecht. Niets vervelender dan eindeloze uitwijdingen over velden, bossen, bergen en dalen, wolkenpartijen en zonsondergangen.

Maar, beste lezer, dit was zo'n bijzondere ervaring dat ik het me deze keer permitteer.

Sirilo en zijn motor

Om niet in een busje te hoeven rijden met - amper aanwezige - andere toeristen en het gevoel van avontuur te vergroten had ik Victor gisteren gevraagd of hij een gids met een motor kende. Het leek me geweldig om in de open lucht door dit betoverende landschap te rijden. Victor had wel iemand geweten en zou hem voor me bellen. Een kwartier na het door hem via Victor aan mij opgedragen half negen kwam Sirilo aan lopen. Hij had zich verslapen.

Zijn motor stond twee straten verderop, waarschijnlijk omdat het nieuwe apparaat nog geen kentekenplaat had. Beter dat men hem niet zonder die plaat en ook nog eens met mij achterop zag vertrekken. Maar eerst moest hij nog op zoek naar twee petflessen benzine, die gewoonlijk in bijna ieder woonhuis en winkeltje te koop worden aangeboden, maar niet altijd voorradig zijn - we zijn ver van de bewoonde wereld.

Het ontwaken van het leven

Met volle tank reden we vervolgens blootshoofds over een slingerend zandweggetje door de velden het dorp uit. Naar de Ciudad de Itas (foto onder). De steeds dieper wordende afgronden langs het smalle pad deden me niet veel, maar als Sirilo een kleine zwenk maakte om een steen te vermijden of zijn greep te hervinden kraaide ik toch wel even van plezier.

'Me despertó la vida.' Sirilo hield een vuist voor zijn voorhoofd en liet de vingers als een denkbeeldige flits uit elkaar springen. Dat ontwaken van het leven maakte hem een bijzonder mens. Heel anders dan wat ik zo in het dorp en bij het toeristenbureautje aan jongemannen had gezien. Vandaar dat ik hem zijn verhaal liet doen.

Spelen om een stier

Binnen twee jaar zou hij willen trouwen - als hij dan in ieder geval een leuk meisje had gevonden - hij dacht erover zijn eigen huis te bouwen en had op de markt een winkeltje in dvd's en cd's. Muziek was zijn passie en op die manier kon hij de hele dag muziek luisteren en tegelijkertijd geld verdienen.

Hij was ook actief als DJ op feesten en partijen in het dorp en vanaf volgende week zou hij dagelijks een muziekprogramma gaan presenteren op de lokale radio.

Zijn andere passie was, hoe kan het ook anders, voetbal. Elke middag speelde hij met zijn vrienden een potje op het grasveld van de lokale middelbare school. Dit weekeinde zou er een competitie zijn met enkele teams van andere dorpen uit de omgeving. De hoofdprijs was een stier.

La Caverna de Umajalanta

Na de wandeling rond en door de gewelven van Ciudad de Itas reden we binnen een uur elf kilometer terug tot La Caverna de Umajalanta. We zetten de motor neer op de lege parkeerplaats en dekten zadel, tank en stuur af tegen de inmiddels brandende zon. Sirilo reikte me een half broodje en een beker api aan, dikke rode maïssap. Zelf had ik me beperkt tot chocolade en water, die ik weer met hem deelde.

Via een gapende muil daalden we af naar het binnenste der aarde. We volgden in het duister de loop van een rivier die hier ondergronds gaat. Niemand wist waarheen het water stroomde. Met helm en lamp balanceerden we over de keien in het water, kropen we door nauwe spelonken, klauterden over rotsen en daalden met touwen af langs steile, gladde hellingen.

'A perfect day'

De stalactieten waren in de jaren dat het toerisme nog niet was gereguleerd afgezaagd, opdat men gemakkelijk door de grotten kon wandelen. Zo hier en daar zag je aan een enkele kalkdruppel dat er weer een millimeter was aangegroeid.

In de 'grot van de letters' waren op het laaghangende plafond namen geschreven met de vlam van een kaars. En in een poel op het diepste punt liet Sirilo me met de lamp van zijn helm blinde vissen zien die hier in het duister leven. Even deden we de lampen uit en zwegen we. Er was even helemaal niets! Een kommaa in de dag...

Daarna zetten we de ondergrondse terugtocht in. Binnen anderhalf uur stonden we weer buiten in de felle zon. Bij een winkeltje dronken we cola en aten we chips, terwijl we praatten over bijzondere ditjes en datjes. We wandelden terug naar de motor om binnen een uur terug te rijden naar Torotoro. Daar namen we afscheid. De volgende ochtend zou ik terugreizen naar Cochabamba. Het was een fijne, misschien wel de allerfijnste dag geweest.

Hoe kom ik er?

Je kunt Torotoro alleen bezoeken vanuit en via Cochabamba (foto). Wij regelen kaartjes voor de openbare bus voor je, maar als je dat wilt kunnen we je vanuit de luchthaven, het busstation of je hotel door een chauffeur naar het kleine dorpje laten brengen. Het is een mooie tocht.... Ter plekke bespreek je zelf je gids.

YourWay2GO brengt je naar Torotoro
in de rondreis:

Een ander Bolivia (18 dagen)

Onze rondreizen kun je naar wens aanpassen door op het aantal dagen, de hotels en excursies te klikken.