Het is goed vertoeven in Sri Lanka

Door: reisspecialist René

Na twee jaar vakantie houden in Europa, durfde ik het vorige maand weer aan om een verre reis te maken. Ik had heimwee naar de tropen en snakte naar zon op mijn gezicht, zweet op mijn rug en zand tussen mijn tenen. Als ik mijn ogen sloot zat ik er al, op het strand van Sri Lanka! Ik pakte mijn rugzak en boekte een ‘ticket to the tropics’.

Via de oude hoofdweg naar Tangalle

“Hier…? Moeten we hier naar links?”, vraagt onze chauffeur Rashan. We rijden inmiddels stapvoets en ik speur tussen de dichte begroeiing langs de weg naar een lokale snackbar met de veelzeggende naam ´Rajapaksa Fastfood´. Daarna is het de eerste afslag richting de oceaan. Maar het valt niet mee me te oriënteren, bijna alle naamborden zijn in het Singalees. Na al die jaren kan ik de sierlijk gekrulde lettertekens nog steeds niet ontcijferen. En de spaarzame bebouwing gaat half verscholen achter een weelderig gordijn van groen. Volgens Google Maps zouden we er haast moeten zijn. Het blauwe puntje dat onze locatie aangeeft nadert op de kaart een weg naar links. “Ah yes, here!”, roep ik vanaf de achterbank. Ik zie een houten pijltje met daarop ‘Mangrove Beach Cabanas’. Rashan zucht. Waarschijnlijk baalt hij dat hij niet in één keer naar onze verblijfplaats kan rijden. Het was ook niet zíjn idee om de oude hoofdweg van Hambantota naar Tangalle te nemen. Inmiddels ligt er verder landinwaarts immers een indrukwekkende vierbaans snelweg.

Terug in de tijd

Begin 2020 knipten president Gotabaya Rajapaksa en zijn broer, de eerste minister (en voormalig president) Mahinda Rajapaksa, een lint van exotische bloemen door ter opening van het laatste deel van de Southern Express Way. Met het sluitstuk van dit prestigieuze wegenbouwproject werd de recent gemoderniseerde overslaghaven van Hambantota verbonden met de gloednieuwe Rajapaksa International Airport bij Mattala, zo’n 30 km landinwaarts. Vanaf hier sjees je nu in drieënhalf uur naar de hoofdstad aan de westkust, over moessonbestendig asfalt dwars door de jungle. Meer dan een halvering van de oorspronkelijke reistijd over de oude hoofdweg langs de kust. 

Een toeristische impuls? Zouden buitenlandse wildliefhebbers na aankomst in Colombo linea recta door een betonnen corridor willen doorstomen naar de nationale parken in het zuidoosten? En daarbij al het moois onderweg links (of rechts) laten liggen? Of zouden ze er zelfs maar over peinzen om per vliegtuig zowat naast de ingang van het Yala wildpark te willen landen?

Gouden bergen

Niets van dit alles blijkt de achterliggende gedachte van deze enorme investeringen. Vooral de belangen van China speelden een rol. In het kader van de Nieuwe Zijderoute beloofde dat land Sri Lanka gouden bergen. Miljarden werden geleend voor de uitbreiding van de zeehavens van Colombo en Hambantota, de aanleg van een extra vliegveld in het achterland en een snelwegverbinding tussen beide steden. Maar de containerschepen en vliegtuigmaatschappijen bleven weg. Jarenlang stapelden de verliezen zich op.  Sri Lanka zit tot over zijn oren in de schulden. De Chinezen hebben het land stevig in de tang.

Ondertussen liggen de rijstroken van de expresweg er maar verlaten bij. En op Rajapaksa International Airport wordt meer geld verdiend met het verhuren van de terminalgebouwen voor rijstopslag dan met vlucht-gerelateerde activiteiten. Het leegste vliegveld ter wereld zag nog nooit zoveel mensen op één dag als die ene keer in 2016, toen de overheid meer dan 300 soldaten, politieagenten en vrijwilligers inzette om wilde dieren van de landingsbanen af te jagen…

Nog mooier dan we hadden durven hopen

Voorzichtig manoeuvreert Rashan zijn wagen de doorgaande rijbaan af. We vervolgen onze rit over een smalle landweg, die weldra overgaat in een grindpad nauwelijks breder dan onze auto. Het is een prachtige route naar de kust, nu eens door een tunnel van metershoog tropisch struikgewas, dan weer zigzaggend langs zompige rijstvelden en moerassen. Door de grillige vormen van de lagune, waar we omheen moeten, laat mijn richtingsgevoel me in de steek. Gelukkig ontdekken we bij elke splitsing steeds weer zo’n houten wegwijzer om ons uit deze doolhof te leiden. En dan ineens staan we bij de poort van ‘Mangrove Beach Cabanas’. Terwijl we onze bagage uitladen kijk ik onder de palmbomen door naar het paradijselijke zandstrand. Het is hier nog mooier dan ik had durven hopen!

Bepakt en bezakt

We zwaaien Rashan uit en begeven ons bepakt en bezakt naar het rustieke openluchtrestaurant, waar ook de receptie is. Op de strak gelakte plankenvloer staan zes houten tafels met stoelen. Eenvoudig maar stijlvol. Het palmbladeren dak is zo te zien onlangs vernieuwd. Een jaarlijks terugkerende klus aan het begin van het toeristenseizoen, zo weet onze nieuwe gastheer ons te vertellen. In de regentijd kan het hier aan de zuidkust namelijk flink tekeer gaan, met harde wind en hoge golven. Veel hotels zijn opgetrokken uit natuurlijk materiaal en komen gehavend uit de strijd. Ook het strand heeft het dan zwaar te verduren, hele stukken spoelen soms weg. De lagune, die hier vlakbij een open verbinding heeft met de zee, verandert door de overstromingen elk jaar weer van vorm. Met een glas versgeperst mangosap als welkomstdrankje vlijen we ons in de heerlijke kussens van het zitje, een paar traptreden lager. Het uitzicht over de Indische Oceaan is magisch. De zon schijnt, de palmen wuiven, de zee buldert… Hier houden we het de komende dagen wel uit!

Onze eigen beach cabana

Dat weten we helemaal zeker als we even later bij onze eigen ‘beach cabana’ aankomen: werkelijk een droomhut, compleet met veranda en hangmat, en twee ligstoelen onder de kokospalmen voor onze deur. De cabana is degelijk gebouwd en minimalistisch ingericht, met enkel een goed bed en een paar stoere planken aan de muur. Meer hebben we ook niet nodig. Blikvanger is de grote klamboe boven het ledikant, schitterend afgezet met een bies van knalroze bloemetjesgaas. Aan alles in de kamer zie je dat er aandacht is besteed aan de afwerking. De lichtknopjes zitten op de juiste plek. Het hout van de vloer glanst nog van de laatste verfbeurt. Via een trap naar beneden kom je in een riante, half ondergrondse badkamer. De muren zijn vakkundig bepleisterd met zandkleurig tadelakt. In de ramen vlak onder het plafond zitten horren om de insecten buiten te houden. De hele ruimte ziet er spik en span uit. Op de grond liggen vers gewassen badstoffen matjes. Pimpelpaars, net als de badhanddoeken. We hebben zelfs een regendouche.

Luieren in onze strandstoelen

De komende drie dagen doen we weinig meer dan wat lezen en luieren in onze strandstoelen. Als de zon te warm wordt bungelen we liever in onze hangmat, turend over de woeste zee. Of starend naar de kokosnoten, die in vervaarlijke trossen boven ons in de palmen hangen. Dagelijks klimt de tuinman even naar boven om te voelen of ze nog stevig genoeg vastzitten. 

Het grootste gevaar schuilt echter in de oceaan. Door de verraderlijke onderstroom is zwemmen in zee hier een absolute no-go. Dus we houden het bij lange strandwandelingen. Oneindig strekt het mulle zand zich uit in oostelijke richting. Een witte strook, groen afgezoomd met welig tierend bos. We lopen een uur zonder ook maar een sterveling te zien. Golven rollen met veel kabaal af en aan. Een eenzame uitschieter spoelt de zandkorrels van onze voeten. 

Een lome dag in de tropen

De andere kant op, naar het westen, wordt het langzaam wat levendiger. Tussen Marakolliya Beach - waar ons strandhuisje staat - en Medaketiya Beach passeren we idyllisch gelegen guesthouses en kleinschalige resorts. Sommige zijn nog niet open. In de verte ligt het provinciestadje Tangalle. 

Als de avond valt luisteren we op onze veranda naar het gezang van de cicaden. De lucht kleurt oranje. Ik geniet van een ijskoud Singha-biertje. De kok komt langs om het menu voor het diner door te nemen. Vandaag schaft de pot vers gevangen garnalen en een drietal vegetarische curries: jackfruit (nangka), aubergine en sperzieboontjes. Met dit verrukkelijke vooruitzicht betreden we een uur later het restaurant. Ons tafeltje staat al gedekt. Zachte muziekklanken uit de boxjes onder het dak worden overstemd door de rustgevende geluiden van de natuur. Een lome dag in de tropen is opnieuw voorbijgegleden. 

Onze reisroute

In drie weken tijd legden we de volgende reisroute af: Negombo – Dambulla – Sigiriya – Polonnaruwa – Kandy – Ella – Tissamaharama – Bundala National Park – Tangalle – Sinharaja Forest Reserve – Galle – Colombo. 

Heb je ook zin gekregen om naar Sri Lanka te gaan? Het voorjaar is een ideale reisperiode, met als extra bonus de onontdekte stranden aan de oostkust, die juist dan de meeste zonuren vangen.

Doe nog meer inspiratie op

Ben je op zoek naar ideeën waar in het voorjaar naartoe te reizen? Laat je inspireren door de verhalen van onze reisspecialisten en productmanagers over hun favoriete voorjaarsbestemmingen in ons online magazine. In de tweede editie van ons online magazine doe je inspiratie op over reizen naar Costa Rica, Egypte, IJsland, Jordanië, Mexico, Sri Lanka en Zweden

Tip: klik op 'Fullscreen' om het magazine op groot formaat op je mobiele telefoon, tablet, laptop en PC te kunnen lezen.